De dieren die tot de Big 5 van Riemst behoren zijn de eikelmuis, de zeggekorfslak, de grauwe klauwier, de veldparelmoervlinder en de ingekorven vleermuis. Vijf unieke soorten die we terugvinden in vijf typische biotopen van Riemst: hoogstamboomgaarden, vochtige graslanden, akkernatuur, heischrale graslanden en mergelgroeven. De Big 5 spotten valt niet altijd mee, omdat ze bijvoorbeeld niet veel voorkomen of omdat ze juist heel lastig te vinden zijn.
1. Eikelmuis
De eikelmuis, ook wel fruitratje genoemd, behoort tot de slaapmuizen. De muis herken je aan zijn prachtige pluimstaart en de mooie tekening op het gezicht, het zorro-masker.
Vooral insecten en slakken staan op het dieet van de eikelmuis. Dat vullen ze graag aan met fruit. Daarom vind je ze vaak terug in onze hoogstamboomgaarden.
Gemeente Riemst draagt bij aan het behoud van de zeldzame eikelmuis door te werken aan de optimalisatie van het leefgebied en de creatie van overwinteringsplekken. Een mooi voorbeeld is het behouden en uitbreiden van hoogstamboomgaarden. In de gemeentelijke hoogstamboomgaarden plaatsen we eikelmuiskasten waarin deze bijzondere diertjes hun winterslaap kunnen houden.
2. Zeggekorfslak
De zeggekorfslak is de kleinste van onze Big 5. De kleine landslak heeft een korfvormig huisje en leeft in kalkrijke brongebieden rijk aan een moeraszeggevegetatie. In Riemst is de soort enkel terug te vinden in de Molenbeemden.
Gemeente Riemst en Orchis vzw dragen bij aan het biotoop van de zeggekorfslak door het behoud en herstel van vochtige graslanden en natte ruigtes in de moerasgebieden van de Molenbeemden. Hierbij is een goed maaibeheer en waterpeilbeheer belangrijk.
3. Grauwe klauwier
De grauwe klauwier is een zangvogel die we terugvinden in halfopen, structuurrijke landschappen met dichte struiken en struwelen. Hier vindt de Grauwe klauwier een rijk aanbod aan grote insecten en kleine gewervelden.
De zangvogel draagt een opvallend zwart masker. Hij heeft de barbaarse gewoonte om ‘brochettes’ te maken van zijn prooien. Hij prikt zijn prooien zorgvuldig op doornige takken van sleedoorn en meidoorn om ze later op te eten.
De soort wordt bijna jaarlijks waargenomen in Riemst, maar het laatste broedgeval is al meer dan 10 jaar geleden. Het is een uitdaging om de soort terug te krijgen als broedgeval.
4. Veldparelmoervlinder
De zeldzame veldparelmoervlinder vinden we terug in schrale, voedselarme graslanden. Smalle weegbree is de waardplant van de veldparelmoervlinder. Onder de rozetten van de plant maken de rupsen hun nest. In Riemst komt de soort voor in het natuurgebied de Tiendeberg.
Gemeente Riemst en Natuurpunt vzw zetten in op het behoud van de veldparelmoervlinder door een gefaseerd beheer van graslanden en wegbermen toe te passen. Hierbij streven we naar een structuurrijke vegetatie met zowel open grond, lage vegetatie en iets hogere, ruige zones waarin de vlinder rupsennesten maakt.
Een doordacht en afgestemd graslandbeheer zorgt voor een voldoende groot nectaraanbod in het voorjaar.
5. Ingekorven vleermuis
De ingekorven vleermuis herken je aan zijn wollige vacht en een inkerving aan zijn oor.
Om zich te verplaatsen in het landschap maakt de ingekorven vleermuis gebruik van lijnvormige structuren zoals bomenrijen, houtkanten en heggen. Het jachtgebied van de vleermuis bestaat uit kleinschalige bosrijke landschappen nabij boerderijen, kerken en tuinen.
Hij jaagt in stallen op vliegen en andere insecten die op het vee of de mest afkomen. Door zijn trage wendbare vlucht is hij in staat om insecten van stalmuren te plukken.
In Riemst vind je de vleermuis tijdens de zomer in oude gebouwen en kerken. In de winter doet ze haar winterslaap in kelders en ondergrondse mergelgroeven zoals groeve de Keel en groeve Verbiest.





