Ratten leven vooral op vochtige en donkere plaatsen, zoals grachten, riolen, kelders en stallen. Je ziet ze heel vaak in de nabijheid van de mens. Het zijn alleseters die vooral granen eten, maar ook tevreden zijn met etensresten en afval. De bruine rat kan uitstekend graven en kan daardoor schade veroorzaken aan onder andere funderingen. De uitwerpselen van ratten kunnen voedselvoorraden bevuilen. Bovendien kunnen ze ook ziektekiemen overbrengen. De dieren kunnen ook vraat- en knaagschade veroorzaken aan houtwerk, PVC-buizen, elektrische leidingen, voedingsproducten, veevoeders en landbouwgewassen.
Zie je ratten op openbaar domein of in grachten? Meld dit bij de Technische Dienst. Zij zorgen ervoor dat de rattenvanger langskomt om de dieren op openbaar domein te bestrijden.
Vind je ratten op privédomein? Helpt zelf bestrijden niet en blijft de overlast aanhouden? Meld dit bij de dienst Milieu. De rattenvanger komt dan langs om het probleem te onderzoeken.
Tips om ratten te vermijden
Wat doe je wel?
- Verzamel huishoudelijk afval in goed afgesloten vuilnisbakken of containers.
- Zorg voor een frequente afvoer van het huisvuil.
- Gebruik zoveel mogelijk harde en duurzame materialen voor het stockeren van voeder.
Wat doe je best niet?
- Strooi geen kippenvoer op de grond, maar in een voederbakje en neem dit ’s avonds weg.
- Laat geen gekookt voedsel achter op de composthoop.
Ratten bestrijden
Wanneer preventiemaatregelen niet helpen is bestrijding noodzakelijk. Probeer eerst met mechanisch materiaal. In diverse doe-het-zelf-zaken kan je rattenklemmen kopen. Je kan giftige lokazen gebruiken, maar wees voorzichtig voor andere dieren of kinderen.
Rat of muis?
Veel mensen maken geen onderscheid tussen ratten en muizen. Ratten zijn groter dan muizen, zijn zwart of bruin en hebben geen haar op hun staart. Voor de bestrijding van de dieren is dat nochtans belangrijk want te vaak wordt onnodig rattenvergif gebruikt om muizen te doden. Muizenvergif is veel minder schadelijk. De muizenval is een milieuvriendelijk en efficiënt alternatief.
Verantwoord omgaan met gifstoffen
Chemische bestrijdingsmiddelen zoals rattenvergif zijn gevaarlijk voor mens en milieu. De stoffen zijn gemaakt om te doden. Hou rekening met deze tips om de risico's te beperken.
- Plaats het gif bij de bron, dicht bij de opening waar de ratten uitkomen.
- Om te vermijden dat andere dieren of kinderen aan het vergif kunnen of dat de gifstoffen in het milieu terecht komen, is het heel belangrijk dat je het vergif steeds afgeschermd plaatst. Plaats het lokaas bijvoorbeeld in een stuk buis van minstens 0,5 meter lang. Op die manier kunnen kippen en wilde vogels geen vergiftigd graan op pikken. Leg die buis langs een muur of afsluiting want dat zijn favoriete looppaden van ratten en muizen. In droge omstandigheden (binnen) gebruik je best vergif in de vorm van graantjes. In vochtige omstandigheden (buiten, langs waterlopen, in riolen) gebruik je best ‘waterbestendige’ gifblokken.
- De hoeveelheid uitgezet giflokaas meet je goed af. Het is beter om kleine hoeveelheden aan te bieden op verschillende plaatsen gedurende een lange periode.
- Ratten zijn schuwe dieren. Het duurt soms enkele weken voordat ze van het rattenvergif durven eten. Bovendien kan het enkele dagen tot enkele weken duren voor de dieren sterven ten gevolge van het gif. Meestal sterven ze in hun schuilplaats en is de kans dus klein dat je dode ratten vindt. Denk dus niet te snel dat het gif ‘niet werkt’. Indien het giftig lokaas toch meerdere weken onaangeroerd blijft, ligt het waarschijnlijk niet op de juiste plaats, is het niet (meer) smakelijk of zijn er lekkerdere dingen in de buurt.
- Rattenvergif is, net als alle chemische bestrijdingsmiddelen, een gevaarlijk product. Eventuele overschotten (met hun oorspronkelijke verpakking) beschouw je als klein gevaarlijk afval (KGA) en moet je ook op die manier inzamelen. Ze horen zeker niet thuis bij het restafval.
Politieverordening houdende bepaling van de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS) art. 62:
§1. Eigenaars van bewoonde of leegstaande gebouwen of braakliggende gronden dienen de nodige maatregelen te nemen om de aanwezigheid van schadelijk ongedierte te voorkomen en in voorkomend geval, te bestrijden.
§2. Onverminderd andersluidende wettelijke en reglementaire bepalingen, moeten houders van dieren de nodige maatregelen nemen om de aanwezigheid van schadelijk ongedierte of insectenplagen te voorkomen en in voorkomend geval te bestrijden.
§3. Het opleggen van een administratieve boete is slechts mogelijk na een schriftelijke aanmaning tot opruiming, door de burgemeester.
§4. De houders van dieren in woongebieden zijn ertoe gehouden hun dieren zodanig te huisvesten en te verzorgen, en alle mogelijke maatregelen te nemen opdat hun dieren geen abnormale geur- en geluidshinder zouden veroorzaken.

