Een gemeentebelasting is een verplichte bijdrage aan de algemene uitgaven van de gemeente, opgelegd door de gemeenteraad. Tegenover een belasting staat dus geen individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid.
Opcentiemen of aanvullende belastingen en eigen gemeentebelastingen
Bij opcentiemen of aanvullende belastingen moet de gemeenteraad enkel de aanslagvoet van de belasting vaststellen. Die aanslagvoet wordt vastgesteld als percentage van het bedrag van de basisbelasting. De andere modaliteiten van de belasting (de belastbare grondslag, de aanduiding van de belastingplichtige, de berekening van de belasting, eventuele vrijstellingen, eventuele aangifteverplichting, ...) worden overgenomen van de basisbelasting.
Ook de inning gebeurt samen met de basisbelasting. Het aandeel dat bestemd is voor de gemeente wordt later doorgestort. Bezwaren worden eveneens behandeld door de overheid die de basisbelasting heeft gevestigd. Die basisbelasting is vastgesteld door de federale of door de gewestelijke overheid. De twee belangrijkste aanvullende belastingen zijn de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
De basisbelasting voor de aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) is de personenbelasting. Dat is een belasting op het inkomen van natuurlijke personen, gevestigd en geïnd door de federale overheid. De basisbelasting voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) is de onroerende voorheffing. Dat is een belasting op het kadastraal inkomen, gevestigd en geïnd door de gewestelijke overheid. Het is de Vlaamse Belastingdienst die instaat voor de inning en de doorstorting van het gemeentelijk aandeel. APB en OOV samen leveren ongeveer 80% van de fiscale ontvangsten van de gemeenten op.
Daarnaast kan een gemeente ook eigen belastingen vestigen op specifieke activiteiten, situaties of toestanden. De gemeenteraad moet hier zelf de belastbare grondslag bepalen, de belastingplichtige aanduiden, het tarief vaststellen, in eventuele vrijstellingen voorzien, ...
Vestiging en invordering van eigen belastingen
De voornaamste regels voor de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting zijn bepaald in het decreet van 30 mei 2008 (zoals gewijzigd) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenbeslechting van de provincie- en gemeentebelastingen. Dit decreet laat de raad toe te kiezen tussen kohierbelastingen of contantbelastingen. Het verschil is de wijze van inning: kohierbelastingen worden opgenomen in een kohier, contantbelastingen worden contant geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.
Voor kohierbelastingen kan de gemeente in een aangifteverplichting voorzien. Overtredingen van die aangifteverplichting kunnen gepaard gaan met een door de gemeenteraad bepaalde belastingverhoging. Die verhoging mag maximaal het dubbele van de verschuldigde belasting bedragen.
Bezwaren op het vlak van eigen gemeentebelastingen
Het bezwaar dien je schriftelijk in en richt je aan het college van burgemeester en schepenen, Maastrichtersteenweg 2 b, 3770 Riemst. Het kan ook per e-mail via debiteuren@riemst.be.
Het bezwaar moet gemotiveerd zijn en het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of van de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Wil je gehoord worden, dan vermeld je dat uitdrukkelijk in het bezwaarschrift. In dat geval delen we de datum van de hoorzitting mee, en ook de dagen en uren waarop je het dossier kan raadplegen.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen ontvang je per aangetekende brief. In die aangetekende brief vermelden we de instantie waarbij je een beroep kan instellen, en ook de geldende termijn en vormen.
De termijn voor het indienen van een beroep bedraagt drie maanden na de kennisgeving van de beslissing. Wanneer het beroep niet binnen die termijn is ingediend, is de beslissing van het college van burgemeester en schepenen onherroepelijk. Dat beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de belasting gevestigd werd. Voor gemeente Riemst is dat Rechtbank van eerste aanleg in Hasselt, Parklaan 25 bus 23500 Hasselt.
Tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg kan verzet of beroep worden ingesteld. Tegen het arrest van het Hof van Beroep kan een voorziening in cassatie ingesteld worden.
De vormen en termijnen, en de rechtspleging die toepasselijk is op deze beroepen, zijn dezelfde als die voor rijksbelastingen en gelden voor alle betrokken partijen. Aangezien het wetboek van de Inkomstenbelastingen niet voorziet in specifieke termijnen, gelden de gewone termijnen zoals bepaald in het gerechtelijk Wetboek: één maand vanaf de betekening van het vonnis voor het aantekenen van verzet (artikel 1048) of beroep (artikel 1051) en drie maanden vanaf de betekening van de bestreden beslissing voor de voorziening in cassatie (artikel 1073). De artikelen 1385 decies en 1385 undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
De volledige lijst van belastings- en retributiereglementen kan je hier terugvinden.
